Begrippenlijst

Zevenentwintig termen die in offertes, inspectierapporten en regelgeving terugkomen.

TermBetekenis
BakgootGoot die is ingewerkt in de dakconstructie, met een houten bak bekleed met zink of epdm. Bij een lek loopt het water direct in de constructie.
BitumenDakbedekking voor platte daken, in twee lagen aangebracht met de vlam of met kleefmiddel. Bestaat in APP- en SBS-varianten.
DakbeschotDe plaatlaag of beplanking op de sporen, waarop de tengels en panlatten worden bevestigd.
DakvoetHet laagste punt van een hellend dak, waar het dakvlak op de goot uitkomt.
Dampremmende laagLaag aan de warme zijde van de isolatie die waterdamp uit de woning tegenhoudt. Een gat erin veroorzaakt vocht dat op een daklek lijkt.
EPDMRubberfolie voor platte daken, op kleinere daken vaak in een stuk gelegd.
GevelpanPan aan de zijkant van een hellend dak, langs de topgevel. Waait bij storm als eerste weg als de klem ontbreekt.
Hechtgebonden asbestAsbestvezels die vast in een dragermateriaal zitten, meestal cement. Onder voorwaarden mag een particulier daar maximaal 35 vierkante meter van verwijderen.
ISDEInvesteringssubsidie duurzame energie en energiebesparing. De landelijke subsidie voor onder meer dakisolatie, uitgevoerd door RVO.
KilgootGoot in de binnenhoek waar twee dakvlakken samenkomen. Voert veel water af en is het meest belaste onderdeel van een hellend dak.
Koud dakPlat dak waarbij de isolatie onder de draagvloer ligt met een geventileerde spouw. Verouderd principe, gevoelig voor condensatie.
LoodslabbeLoodstrook die de aansluiting tussen dakvlak en schoorsteen of muur afdicht.
MKIMilieukostenindicator. Maat die de milieubelasting van een materiaal in een bedrag uitdrukt, gebruikt bij de biobased bonus in de ISDE.
NokvorstGebogen pan die de nok van een hellend dak afsluit. Ligt traditioneel in mortel, tegenwoordig vaker droog met klemmen en een ventilerende nokrol.
NoodoverloopSpuwer in de dakrand van een plat dak, iets hoger dan de hoofdafvoer, die voorkomt dat water op het dak blijft staan bij een verstopping.
OpstandVerticaal deel waar de dakbedekking van een plat dak tegen een muur of dakrand omhoog loopt.
PanlatHorizontale lat waarop de dakpannen haken.
Rc-waardeWarmteweerstand van een hele constructie, in vierkante meter kelvin per watt. Hoe hoger, hoe beter.
Rd-waardeWarmteweerstand van een isolatiemateriaal zelf. De ISDE stelt hier de eis van minimaal 3,5.
Rechtens verkregen niveauHet kwaliteitsniveau dat een bouwwerk op het moment van verbouwing legaal heeft. Uitgangspunt bij verbouw volgens artikel 5.20 lid 1 Bbl.
SporenDe schuine dakbalken van een hellend dak, waartussen of waarboven wordt geisoleerd.
TapbuisVerbindingsstuk tussen goot en regenpijp. De plek waar de meeste verstoppingen ontstaan.
TengelLat onder de panlatten die een luchtspouw maakt zodat water en vocht kunnen wegstromen.
U-waardeWarmtedoorgangscoefficient van een constructie, in watt per vierkante meter kelvin. Hoe lager, hoe beter.
VezelcementCementgebonden plaatmateriaal voor leien en golfplaten. Bij bouwjaren voor 1994 mogelijk asbesthoudend.
Warm dakPlat dak waarbij dampremmende laag, isolatie en dakbedekking allemaal boven de draagvloer liggen. De standaardopbouw.
Waterkerende laagFolie of plaat onder de pannen die water opvangt dat langs de bedekking doorkomt en het naar de goot afvoert.

Terug naar de gids